Toelichting Samuel van de Putte

Europeans 18th century


De Marco Polo van de Lage Landen’ noemt de Brit George Bogle hem in z’n reisverslag van Tibet uit 1774.

In andere oude reisboeken staat hij soms met eenzelfde verwondering in een voetnoot vermeld als ‘the Mandarin from Middleburgh’.

Uiteraard trokken in zijn tijd reeds vele Europeanen de wereld in – jezuïeten, kapucijners, koopvaarders – maar vrijwel niemand die overland reisde. Laat staan alleen, laat staan zo’n dertig jaar lang.

Behalve enkele nagelaten kaarten en contracten was er verder nauwelijks iets over de man bekend. Na dertig jaar omzwerving gaf Samuel namelijk vanaf z’n sterfbed te Batavia de opdracht om al zijn paperassen te verbranden. Onbegrijpelijk. 

Was hij na zolang alleen onderweg een dwaze zonderling geworden – of was hij na z'n jarenlange verblijf bij de lama’s in Lhasa dat juist niet? Vanaf de zeventiger jaren bleef het me intrigeren. 

De oude reisboeken die je toen nog kon vinden in bizarre bibliotheken als de Kaiser Library te Kathmandu of op hoge plankjes in boekwinkels te Darjeeling, leverden echter niets op.

Totdat in 1987 ‘Een Mandarijn uit Vlissingen’ verscheen. 

In hun onbedoelde publicatie van een restant probeerden Frank Lequin en Albert Meijer alle schrijfsels en snippers over Samuel uit bibliotheken en archieven bij elkaar te brengen.

‘De rest van Samuels leven kan nog slechts ingevuld worden met een historische roman,’ vond Frank Lequin tijdens het radio-interview dat ik toentertijd met de twee samenstellers had.

Dat vond ik niet. Het kan bijvoorbeeld interessant zijn om alsnog Samuels voetsporen te volgen – al dan niet concreet.

In 2003 verscheen Tibetaanse Perziken van Carolijn Visser. Zij volgde de kaart van Tibet die Samuel op een stukje perkament had geschetst. Het reisboek bevat echter voornamelijk haar eigen ervaringen onderweg.

Toch valt er – zonder te romantiseren – een uitgebreider beeld van Samuel te schetsen door aan te geven waar, wanneer en met wie hij onderweg te maken kreeg. 

Laat ik zelf ‘ns een poging doen.

Om niet elke tweede zin met ‘misschien’ of ‘het zou kunnen dat’ te beginnen, maak ik soms keuzes die het meest voor de hand liggen. Als Samuel met Egmond en andere vrienden vertrekt, bijvoorbeeld, neem ik aan dat zij – net als de meeste anderen in die tijd – zich laten inschepen voor Calais.

Misschien lukt het me door hem digitaal na te reizen alsnog een antwoord te vinden – een vermoeden is ook goed – op de vraag waarom Samuel vlak voor z’n dood ervoor koos al z’n sporen te wissen.

tAll photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.