Stilzwijgend profijt

Stilzwijgend profijt

STADSSCHOUWBURG 2


Tijdens de livestream presentatie vanuit de Stadsschouwburg van het boek Revolusi, waaraan de Belgische schrijver David van Reybrouck zo’n vijf jaar van zijn leven wijdde, zei hij te willen bereiken dat de drie, vier eeuwen Nederlandsch-Indische geschiedenis niet langer in het Rijksmuseum verdwijnen naar het zaaltje ‘Nederland Overzee’ maar een geÔntegreerd deel zullen vormen van het museum.

Mooi verbeeld.

Revolusi

Toch suggereert Revolusi dat het om Nasional Indonesia gaat, terwijl het feitelijk tot de uiteindelijke overdracht in 27†december†1949†een revolutie binnen het Koninkrijk der Nederlanden betreft.

De eerste 150 bladzijden†vatten alles dat je her en der over de Nederlandsch-Indische geschiedenis las, bondig samen – Ťn zoveel meer. (Nooit bij stilgestaan, bijvoorbeeld, dat de Aceh-oorlog mede ontstond door de aanleg van het Suez-kanaal.) De overige†400†gaan vrnl. over de†Bersiap†resp. de onafhankelijkheidsoorlog.

Naar mijn smaak is Revolusi soms wat te vertellerig of zelfs theatraal, maar anderen vinden dit wellicht een leesbaardere vorm dan een opsomming van feiten. Aankleding beklijft, zeker.†

En zelden las ik de VOC zo bondig samengevat:

Twee kolonialen bediende kopie

Het leek aantrekkelijk, zo’n handels-onderneming als de†VOCuitrusten met politieke en militaire middelen om lucratieve monopolies af te dwingen, maar in de praktijk werd het onhoudbaar:†

als elk schip kanonnen en soldaten aan boord moet hebben, als elk depot ook een fort moet zijn, als elke haven bevochten dient te worden, als moeizaam verkregen monopolies ineens waardeloos blijven, als steeds meer handelswaar zelf gekweekt moet worden, als de ene helft van het personeel meteen geveld wordt en de andere helft de boel belazert, dan wordt het een prijzige zaak, zo’n ‘loflijcke’ handelscompagnie.


Als ik het goed verstond, verschijnt er begin volgend jaar een drie-delige tv-documentaire over de reizen die Van Reybrouck voor zijn onderzoek ondernam naar diverse uithoeken van IndonesiŽ, naar Nepal (ivm. voormalige Gurkha-soldaten in het Brits-Indiase leger) en elders. Revolusi wordt ongetwijfeld de bestseller onder de vele boeken die recentelijk over slavernij en het koloniale verleden verschenen. En toch...

Boek Reggie Baay

Om een goed beeld van de met IndonesiŽ†gedeelde geschiedenis†te krijgen, verwijs ik ‘toch’ liever naar o.a. de schrijver Reggie Baay (De Njai), de socioloog en historicus Hans Derks (Verslaafd aan opium, de†VOC†en het Huis van Oranje als drugdealers)†of naar lifelong researcher Ewald Vanvugt (Roofstaat, wat iedere Nederlander moet weten).

†Al was het alleen al omdat deze diepgaande studies ook in de vloed aan nieuwe, wetenschappelijke boeken†ontbreken, zo niet zorgvuldig gemeden lijken te worden. Misschien brengt het recente ‘Oranje Zwartboek, de ontluisterende geschiedenis van onze koninklijke familie door NIOD-onderzoeker Gerard Aalders daar nog enige verandering in.


Boekenlijst

‘Het is tijd om de identiteit van onze stad opnieuw te kunnen definiŽren zonder de ballast van het verleden, maar wťl met de kennis ervan ťn de verzoening in de toekomst,’ vond de Amsterdamse gemeenteraad dd 25 juni 2019.

‘Rotterdam zat tot over zijn oren in de slavernij, is de conclusie van een groot onderzoek naar het koloniale en slavernijverleden van de stad dat in opdracht van de gemeente is verricht.’ — Stichting Gedeeld verleden, gezamenlijke toekomst, Rotterdam.

Beide steden lieten vorig jaar ‘een wetenschappelijk onderzoek’ instellen. ‘Met behulp van tientallen experts uit binnen- en buitenland’ verschenen er recentelijk twee kloeke verzamelingen met ‘ruim veertig essays’.

‘Het Nederlandse slavernijverleden,’ stelde Glenn Willemsen (eerste directeur van het Nat. Inst. Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), ‘bleef tot aan het eind van de twintigste eeuw een non-issue in zowel het publieke domein als in het collectieve geheugen van de Nederlandse samenleving’.

‘De plaats die slavernij intussen heeft in de publieke herdenkings- en herinneringscultuur, museale tentoonstellingspraktijken en publieke debatten, films en documentaires is onvergelijkbaar met die van tien jaar geleden.’ - Het Amsterdam Onderzoek.

Met als resultaat een hausse aan boeken over slavernijhandel en kolonialisme.


VOC logo

‘Het zou moeilijk zijn een symbolischer moment te vinden voor de stad Amsterdam om de omgang met dit wereldwijde slavernij-verleden opnieuw te bezien dan de aanloop van 2021.†Dat jaar is het zowel vierhonderd jaar geleden dat de VOC op de Banda-eilanden de eerste volledig op slavernij gebaseerde kolonie onder Nederlands bestuur inrichtte, als vierhonderd jaar sinds de oprichting van de WIC die al snel daarna de leiding nam over de Nederlandse slavenhandel in het Atlantisch gebied. Amsterdam was in beide ondernemingen zowel medegangmaker als belangrijke begunstigde.’ – De Slavernij in Oost en West, Het Amsterdam Onderzoek (HAO).

Medegangmaker, begunstigde...†de poging om geschiedenis minder zwart-wit te stellen leidt soms tot onzinnige eufemismen –– dader en heler? Opmerkelijk is ook dat HAO de Banda-eilanden als soort van ijkpunt van†wereldwijde slavernijverleden†lanceert. Hun onderzoek gaat evenals de meeste van de nieuw-uitgebrachte boeken voornamelijk over de Atlantische slavenhandel (vrnl. van Afrika naar Amerika) en de afschaffing daarvan; nžet over het bezitten van slaven.


Boek Piet Emmer

De gangbare uitleg van de omslag tot ‘abolitie’ luidt volgens de meeste huidige historici: Britse dominees voeren mee op schepen, predikten bij thuiskomst over de geobserveerde onmenselijkheden, de christelijke toehoorders vonden elkaar in deze good cause voor meer aflaat, slavenhandel werd officieel verboden en een aantal Britse schepen lagen zelfs enkele jaren als politie voor de kust van Afrika om ook andere landen ervan te weerhouden (op wiens kosten werd mij tot nog toe niet duidelijk).


Piet Emmer

‘Ook de discussie over de oorzaken van de afschaffing van de slavenhandel lijken geen einde te nemen,’ schrijft emeritus hoogleraar Europese expansie en migratie Piet Emmer in zijn meest recente boek: Geschiedenis van de Nederlandse Slavenhandel.†‘Het idee dat daaraan geen economische, maar godsdienstige en ideŽle motieven aan ten grondslag lagen, bevalt niet iedere onderzoeker.’

Geschiedenis kun je alleen in z’n tijd bezien, zeker, maar dat gaat ook op voor de geschied-schrijver. Nogal wat mensen struikelen over Emmer's toon en woordkeuze, met name in interviews op internet:†geringschattend, bagatelliserend of arrogant.

Maar Emmer is†simpelweg†het type 20ste eeuwse wetenschapper: je kennis niet ter discussie stellen maar quasi achteloos uit de mouw schudden want vanzelfsprekend en juist. Elke vorm van inleven is des amateurs.


Tropenmuseum wanddecoratie


Het 'door christelijk toedoen afgeschaft’†komt inderdaad over als een Europese zelffelicitatie. Zijn er in plaats van al die emeriti-professoren op YouTube tegenwoordig niet een paar emeriti-ceo’ers om de ‘zakelijke overwegingen’ van koloniaal Europa te analyseren?

Hoe zou het komen dat het uitbannen van de slavernij - ondanks christelijk misprijzen - dan toch zo langdurig verzet en bloederige strijd opleverde? Kon er pas afschaffing plaatsvinden nadat er alternatieve winstsystemen waren gevonden en ontwikkeld?


Boek Harrison

‘Dat de strijd ten slotte met succes werd bekroond had weinig te maken met het abolitionisme als zodanig. Het was een combinatie van twee andere factoren.†

Ten eerste werden de Zuidoost-Aziatische staten stabieler, waardoor ze de arbeidskracht van hun onderdanen beter konden controleren.†

Ten tweede ontstond er een plattelandsproletariaat dat zijn diensten verkocht in ruil voor loon.†

Loonarbeid werd zo een goedkoop en efficiŽnt systeem voor het exploiteren van de arbeidskracht van het volk dat de slavernij wegconcurreerde.’ –†De geschiedenis van de Slavernij, door de Zweedse historicus Dick Harrison (2019, jammer dat de vertaling van de 704 blz. van dit uitstekende boek zulk krom Nederlands opleverde).


Het antwoord bevindt zich wellicht in de Zuidoost-Aziatische geschiedenis, maar verkenning van de Nederlandsch-Indische slavernij ligt kennelijk aldoor nog te gevoelig.

Raffles

‘Sir Stamford Raffles en de Britten, die Java tijdens de napoleontische oorlogen hadden bezet, verboden de slavenhandel in 1813. De Nederlanders, die hun kolonie terugkregen toen het vrede werd in Europa, handhaafden het verbod in 1818.†

Daarmee is niet gezegd dat de handel ophield. Scheepsladingen slaven van de eilanden Flores, Soemba, Sumatra, Bali en Nias bleven naar Lombok, Birma, Singapore en de steden van het schiereiland Malakka vervoerd worden.

Voor Nederlandse Imperialisten was het verbod een geweldig excuus om de eilanden die mensen exporteerden binnen te vallen. Het was de plicht van de Nederlanders om de last van de witte op zich te nemen en ter plekke de slavernij uit te roeien.

Dat zei men tenminste.

VOC munten

De retoriek was bedoeld voor de moralisten thuis in Den Haag. In feite hadden het 19de-eeuwse Nederlandse koloniale leven een even ruim geweten als hun voorouders in de 17de en 18de eeuw, maar ze waren slimmer. Nog meer dan voorheen hebben ze zich aangepast aan de traditionele Zuidoost-Aziatische methoden om mensen te dwingen te werken zonder hen in regelrechte onvrijheid te brengen.

Tussen 1830 en 1860 maakten Nederlandse plantage-eigenaren als nooit tevoren gebruik van de gebruikelijke†dwangarbeid van de vrije boer. De arme Javanen werden gedwongen om exportgewassen te produceren voor gemiddeld twee-vijfde van hun werkuren, een systeem dat officieel ‘cultuurstelsel’ werd genoemd.†

Geen enkele vorm van slavernij in het negentiende-eeuwse Zuidoost-AziŽ kwam ook maar in de buurt van deze systematische uitbuiting van inheemse arbeidskracht. '

‘Voor de heren in Den Haag leek de slavernij lang een specifiek West-Indisch probleem, niet Oost-Indisch. In 1863 werden ongeveer 43.000 slaven bevrijd in Suriname en op de Antillen, maar geen in Nederland-IndiŽ.’ - Dick Harrison.

‘Slaaf'

Slaven of slaaf gemaakten – het heeft weinig zin een nieuw begrip te verzinnen als het oude woord niet wordt verstaan. Of zoals Cynthia Mcleod het ergens op internet verwoordt: ‘Het woord slaaf impliceert tot slaaf gemaakt. Als die lui in de VS dat anders zien, dan moet zij dat maar weten.’

Als verzamelwoord sluit ‘slaaf’ bovendien vele categorieŽn niet uit: slaaf-geborenen, schuldslaven, gedwongen contract- of migratiearbeiders, kinderarbeid – alsmede 'verslaafd gemaakten'.


follow

Even verder terug in de geschiedenis. Europa bezat of produceerde na de middeleeuwen nagenoeg niets dat AziŽ bekoorde. Met name het Chinese Rijk had of maakte alles zelf - en doorgaans beter. Het enige dat hen werkelijk ontbrak was een geschikt betaalmiddel.

Het innen van belasting in natura was onhoudbaar geworden. De circa 300 miljoen inwoners hadden echter geen vertrouwen in het bankpapier dat het keizerlijk regiem introduceerde.†

zilver china

Rekeningen vereffende het volk onderling liever in goud, zilver of koper. Goud was gauw teveel, bronzen munten gauw te zwaar, dus kwam zilver veelal het best van pas.

Aanvankelijk voorzagen omringende landen als Japan en India in de aanvoer, maar door een opbloeiende binnen-landse economie bleef de vraag in China aldoor groeien. Bijgevolg lag de waarde van het edelmetaal in AziŽ hoger dan in de rest van de wereld.

Veel zilver, inclusief omgesmolten sierwerken en tafelzilver, verdween uit Europese landen op de compagnieboten om te kunnen inkopen. Uiteindelijk haalde Spanje het meeste edelmetaal met halfjaarlijkse zilvervloten uit Zuid-Amerikaanse mijnen naar Manilla. (Zie de zilverroute)

De overige Europese compagnieŽn konden hier niet tegenop. Om toch te kunnen inkopen, dreven ze handel tussen de kusten van India, IndonesiŽ en China. Bijvoorbeeld met katoen, edelhout of erts.†

voc zilver

Een†VOC-schip keerde nog hooguit eens in de vijf jaar terug naar Amsterdam – al liggen daar meer redenen aan ten grondslag. Zo zag pakweg 50 % van de geronselde bemanning die de heenreis had overleefd, nog weinig reden om het ‘tropisch paradijs’ weer in te ruilen voor het ‘calvinistische kikkerlandje’.


wereldbevolking

In de loop van de 17de eeuw ontdekten zowel de Engelse als de Hollandse compagnieŽn hoe veel makkelijker en profijtelijker het vervoer van opium kon zijn.†

Vooral als je ergens een monopolie wist op te bouwen – door alle anderen als smokkelaars te berechten – en met militair geweld de afzetmarkt kon vergroten: meer mensen verslaafd maken.


Maharaj India

De regio boven Calcutta – Bengalen – teelde de hoogste kwaliteit.†

Men verbouwde er opium als middel tegen pijn.†

De bijeffecten waren uiteraard bekend. Daarom stond opium – evenals marihuana trouwens – in AziŽ bekend als ‘medicijn voor oudjes’.†

Zoals te bespeuren bij deze oude Maharaj in 19de eeuws Brits-India.

Nog steeds stammen de meeste pijn-stillende medicijnen af van opiaten en nog steeds kan men er verslaafd aan raken:†

De VS consumeren met 5% van de wereldbevolking zo'n 80% van de jaarlijkse wereld-productie aan opioÔden. Het land kent 2,5 miljoen verslaafden aan dergelijke middelen (cijfers 2017).


Opioiden staatje

De oorzaak van de massale verslaving en sterfte wordt vaak gelegd bij het overdreven voorschrijven van opioÔden sinds de jaren 90, toen farmaceutische bedrijven herformuleringen van dergelijke verslavende pijnstillers op de markt brachten en deze bij patiŽnten en artsen aanprezen als oplossing voor chronische pijnen.†

Dergelijke middelen zijn goedkoper dan andere therapieŽn en leveren de farmaceuten hoge winstmarges op. - Wikipedia


Opium fabriek Bengalen


't Hof niet altijd winter schip – Versie 2

We moeten voort.†

Mettertijd veranderden de Europese Oostindische compagnieŽn in militaire handelsorganisaties.†

Mede dankzij oorlogen in Europa – en de Hollandse fixatie op het behouden van monopolies (‘toch?’) – legde de†VOC†het af tegen de Britse East India Company (EIC).

De intra-Aziatische handel, die in het begin zeer winstgevend voor de†VOC†was geweest, bracht al vanaf het einde van de zeventiende eeuw geen winst meer op. - wikipedia




opium kopie 2


opium imports into China

Het enige, werkelijk winstgevende monopolie dat overeind bleef, was opium. De Britten kregen met de kolonisatie van Bengalen de productie in handen.†

Ze richtten zich dermate openlijk en agressief op het verslaafd maken van China dat er twee opiumoorlogen uit voortkwamen. De afzetmarkt in IndonesiŽ lieten ze over aan de Hollanders.


Boek Hans Derks

In deze jaren heeft Engeland de slavernij afgeschaft, Nederland niet. Alsof dit gecompenseerd moest worden heeft Engeland een heel brutaal en omvangrijk opiumoffensief ingevoerd om de Chinezen met geweld tot opiumverslaafden te maken.†

Frankrijk, USA en anderen hebben hun steentje daaraan bijgedragen. Nederland heeft hetzelfde gedaan als de Engelsen, maar zich voornamelijk op de Indische archipel geconcentreerd. - Hans Derks

Noodgedwongen overigens, want Nederland was op zee allang geen machtsfactor meer.†

Als de Bataafse Republiek na de Franse bezetting overgaat in het Koninkrijk der Nederlanden (1815) heet IndonesiŽ ineens officieel ‘onze kolonie’.


Opium tekening

‘Javaanse regenten en bestuurders kamen plots direct onder een koning in het verre Holland te staan, die ook hun ontslag en benoeming ging regelen. Daarmee werden zij ambtenaren van Oranje. De bevolking werd ook veel directer dan tijdens de†VOC†gebonden aan de in Europa te verhandelen land- en mijnbouwproducten’ (zoals koffie, katoen, tin of olie).

‘Opium verzekert niet alleen een ‘batig slot’ voor de staatsbegroting, het bevordert ook de rust in het opstandige Java en de buitengewesten.’

‘Tot het jaar van publicatie waren de netto opiuminkomsten voor de koloniale autoriteit altijd de derde bron van inkomsten na de landrente en de koffie.’ - Hans Derks


Opium uithangbord


Boek Ewald Vanvugt kopie

Ewald Vanvugt schrijft in Roofstaat dat de eind 19de eeuwse Dienst der Opiumregie een dermate succes was op Madoera, dat in 1904 besloten werd om in Keramat (Weltevreden) een omvangrijke gouvernement-opiumfabriek te bouwen, voorzien van spoorlijn naar de haven om de tonnen heulsap aan te voeren.

Het van staatswege geproduceerde en verpakte rookopium bracht een van de grootste en best ingericht industrieŽn naar Batavia. Hier werkten onder een staf van tientallen Europeanen ruim duizend inheemse dagloners. In veel boeken over de industriŽle nijverheid in Oost-IndiŽ stond naast de foto’s van de elektriciteitscentrale en de suikerfabriek ook een foto van de opiumfabriek.†

Opium tubes

De machines waarmee tubes met gebruiksklare opium werden gevuld, waren aangepaste machines uit de Nederlandse verfindustrie.

Aan het begin van de 20ste eeuw voerde de Nederlandsch-Indische overheid jaarlijks ruim honderd ton ruwe opium uit Bengalen aan die in de staatsfabriek werd verwerkt tot ruim zeventig ron rookopium.†

Het wettig verbruik nam in 1914 met een sprong toe.


staats opiumfabriek arbeiders


Ewald Vanvugt Nestbevuilers

Door de eeuwen heen had de overheid in de gedaante van de†VOC, de AmfioensociŽteit, de Nederlandsche Handel-Maatschappij of een ander lichaam in AziŽ uitsluitend gehandeld in ruwe opium. Met de komst van de Dienst der Opiumregie staan de cijfers van de wettige opiumafzet voortaan voor de zorgvuldig gezuiverde, gekookte en gebruiksklare tjandoe of rookopium. In 1914 produceerde en verkocht de overheid ruim honderd ton tjandoe.


staatsfabriek kistje


Net als in de†VOC-tijd kon het monopolie alleen succesvol zijn als er niet werd gesmokkeld. De handhaving van het monopolie werd beschouwd als een onderdeel van de bestuurstaak en niet als een afzonderlijke tak van dienst.†

†Het centrale gezag beheerde nog altijd zelf de opiumhandel. De bestrijding van de opiumsmokkel ging samen met de afbakening van de buitengrenzen, de grensgeschillen met inheemse rijken leidden tot oorlogen en uitbreiding van het Nederlandsch-Indisch gebied.’


Ned. Mil. Expedities 1816-1926

Met andere woorden: het drugsmonopolie werd beschermd met het staatsleger en belasting-geld. Elders las ik dat de ‘narco-militaire dealers’ de hoge kwaliteit uit Bengalen eerst nog versneden met goedkopere opium uit Turkije.

De†VOC†ging over in de Nederlandsche Handelsmaatschappy (1860) met Koning Willem I als grootaandeelhouder.

In het voorwoord bij Ewald Vanvugt’s boek Wettig Opium merkt prof.dr. W.F. Wertheim op dat je de indruk krijgt dat er sinds begin 1900 ‘een stilzwijgend taboe rust op de behandeling van het Nederlands-Indische opiumgelei klopt voorgaand woord? als een nog steeds uit het koloniaal verleden overgeverfd pijnlijk vraagstuk’.


Boek Aalders

Gerard Aalders over koning Willem I in Oranje Zwartboek: Hoe de winst werd gemaakt, deed er niet toe. Het lot van de Indische bevolking interesseerde hem niet. Het Cultuurstelsel, ingevoerd in 1830, was weliswaar zeer profijtelijk voor het ‘moederland’ maar voor de lokale bevolking was het niets minder dan een ramp.†

†Het stelsel dwong de inheemse bevolking twintig procent van haar vruchtbaarste grond te gebruiken voor het verbouwen van koffie, thee, suiker, rubber, indigo en andere producten die allemaal bestemd waren voor de Europese markt.

De levering gebeurde in natura. Als vergoeding kregen de boeren een ‘plantloon’. Wie niet in staat was de gewenste producten te leveren, moest maximaal 66 dagen per jaar voor het gouvernement werken. De NHM (‘een staatsbedrijf’), waarin de koning zelf grootaandeel-houder was, vervoerde en verkocht de producten in Europa voor rekening van de Nederlandse regering.

NHM tekening

Volgens het kantoor van de NHM in Batavia was het opiumgebruik ‘verwoestend voor de zedelijkheid, werkzaamheid en vermenigvuldiging van de bevolking’. Maar opium was ook prima voor de winst en daar ging het tenslotte om.

De geldbeluste Willem I handelde bewust in opium om arbeiders koest te houden.

De behandeling van de Javanen, toch ook onderdanen van koning Willem, was allesbehalve menslievend. Willem speelde in de Oost zeker niet de rol van de Vader des Vaderlands.†


KW1

De vele doden die het bewind van de Oranjes in de Indische archipel (1816-1949) op zin geweten heeft, zie je zelden in boeken en biografieŽn over hun respectievelijke levens vermeld.†

Ook over opium is in de literatuur weinig of niets terug te vinden. Evenmin als over de gruwelijke oorlogen die er werden uitgevochten.†

Toch was Willem I persoonlijk verantwoordelijk voor de bloedige Java-oorlog (1825-1830), die aan circa 200.000 IndonesiŽrs het leven heeft gekost. Aan de Nederlandse kant vielen in deze koloniale oorlog ook nog eens 15.000 man.


Als voorbeeld van ‘de Oranjes als drugsdealers’ werkt Hans Derks uit hoe bestaande tinmijn-contracten op het eiland Bangka-Billiton (tussen Sumatra en Kalimantan) pardoes worden geschrapt ter faveure van Willem’s kleinkind, prins Hendrik (1820-1879) die voorzien van Oranje-kapitaal zich samen zijn adelijke vriendjes Tuyll van Serooskerken en John† Franciscus Loudon in zaken wil steken.


Hendrik & Serooskerken & Loudon


Opstand tegen de werkomstandigheden wilden ze voorkomen door niet de lokale bevolking in de mijnen tewerk te stellen maar Chinese arbeiders te importeren met een contract voor vijf jaar. Feitelijk was hun vervoer naar Bangka een hoge kostenpost, maar dat viel wel weer mee als de terugreis verviel.

Ned Ind poster

De ergste ziekten waren, volgens Loudon’s dagboek, de ‘niets beduidende beenwondjes die de arbeiders opliepen tijdens het openkappen in de mijnen’. Wondjes die mettertijd overgingen in afzichtelijke wonden met koudvuur of nat gangreen waarna een tijdige amputatie de enige kans op overleven nog zou kunnen zijn.

In hun Billiton Maatschappij-administratie wordt de kolom van de dividenduitkering direct geflankeerd door de kolom van de jaarlijks overleden Chinezen: ‘Sterfte Percentage Mijnwerkers’.

Opdat de contractarbeiders het zware werk volhielden, importeerden het drietal opium dat ze verhandelden aan enkele Chinese dealers om in de omringende theehuizen door te verkopen.

Doorgaans zat de contractarbeider weldra op twee pijpjes per dag –– een half dagloon.


NHM + beelden

‘De Chinezen die op Billiton werken,’ schreef de Franse medicus Georges Thilbout in 1912, ‘worden in feite behandeld als slaven gedurende de vier of vijf jaar van hun contract.†

Als zij toegeven aan de verleiding die uitgaat van de kleine huizen langs de randen van hun werkplekken, waar zij opium kunnen vinden, kunnen zij hun hoop op vrijheid de rest van hun leven niet loslaten.’

Coen daendels Heutz


Voorwaarts weer. Uiteindelijk nam Shell in 1970 de Billiton Maatschappij over.†

Na uitbreiding in Nieuw-Guinea, Sulawesi,† RhodesiŽ, Peru, BraziliŽ, Colombia, AustraliŽ en elders is de voormalige mijnbouwmaatschappij thans een top global multinational onder de naam BHP Billiton.†

Onder haar aandeelhouders bevinden zich wellicht nog erfgenamen van de oprichters en van andere Nederlandsche adel. (zie wikipedia)


Billinton 1851


Een VOC Aandeel

Inmiddels gaat het grote bedrijfsleven officieel niet langer om individuen.†

Net als in het prille begin van de roemruchte Hollandse vinding van Het Aandeel gaat het in essentie nog steeds over Naamloze Vennootschappen.†

De beste vertaling van een NV is wellicht:†Niemand Verantwoordelijk.


‘Het grootste probleem is dat de onderzoekers zich hebben blindgestaard op het verband tussen slavernij en economie. Omdat slaven een arbeidskracht vormen, is men ervan uitgegaan dat relaties op de arbeidsmarkt van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van onvrijheid.†


Decoratie Tropenmuseum


De onderzoekers hebben de slavernij teruggebracht tot wiskundige berekeningen over vraag en aanbod, winstmarges, winstgevendheid en efficiŽntie.†

Maar de slavernij is oneindig veel meer dan economie.†

Slavernij gaat over vermeende superioriteit en minachting. Slavernij gaat over status. Slavernij gaat over sex, luxe en gemak. Slavernij gaat over traditie. Slavernij gaat over macht.'

‘Wanneer dergelijk gedrag routine wordt en deel uit maakt van de alledaagse trage structuren, wordt het moeilijk uit te roeien.’ - Dick Harrison


Houtsnijwerken samen

Twee houtwerken - ongeveer 70 x 70 cm - die ik ooit kocht zonder hun geschiedenis te kennen. Ik vermoed dat ze in een afgebroken gebouw hebben gezeten en dat ze de West-Indische en Oost-indische kolonies voorstellen.


Het heeft weinig zin hier nog over hedendaagse slavernij te beginnen. Bekijk de nieuwe zomercollecties als ze gedrapeerd staan in de modewinkels met een prijskaartje van € 9,98 per jurkje of t-shirt (incl. 21 % BTW, importbelasting, verzend- en overheadkosten), hoor lachende opmerkingen als ‘wel zo handig, dan hoef je ze ook niet meer te wassen’ en het is duidelijk waar hedendaagse slavernij over gaat:†‘onverschilligheid'.

De vroege†VOC'ers hadden er ook een term voor: ‘stilzwijgend profijt’.


Black Friday



Index†artikelen

Movies

Maluku ‘84

Home



tAll photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.