'Niet lullen maar poetsen.'

 

‘Het zal vlak na de oorlog zijn geweest, dat er een boekje uitkwam onder de titel: De commissaris vertelt. Het succes was dermate dat er een tweede uitgave volgde. Onder de titel: De commissaris vertelt nog meer.’

De oudere heer rakelt de anekdote op zonder direct te verwijzen naar deze blogverhaaltjes.

‘En weldra had Amsterdam er een uitdrukking bij: De commissaris kan mij nog meer vertellen.’

Pas de volgende dag weet ik er adequaat op te reageren. L'esprit de l'escalier zou hij het noemen: pas op de trap naar je kamer weet je wat je Vader aan tafel had moeten antwoorden.

Oké, on y va.

AKASH TARA blauw

Er kwam eens een man in de winkel, het zal zo’n vijftien jaar geleden zijn, die vroeg naar de prijs van een klein zilveren beeldje van Tara.

‘Ik heb niets met uw handel, weet er dus ook niets van,’ zei de oudere heer op nette toon, ‘maar ik ben wel geïnteresseerd in dat vrouwenfiguurtje in uw etalage.’

- Die Akash Tara bedoelt u?

‘Zolang we de zelfde bedoelen.’


- Akash betekent firmament, legde ik ongevraagd uit, in deze staande houding wordt ze soms rechts bovenin afgebeeld op thanka’s met het levenswiel, wijzend naar..

‘Tanga?’ onderbrak hij met opgetrokken wenkbrauwen.

- Ja, zo’n Tibetaanse rolschildering. Ze belichaamt compassie, maar zonder inzicht zou..’

‘Ja ja, mooi. Mooi beeldje.’ Hij keek nog eens naar het prijskaartje. ‘Valt er nog aan te poetsen?’

- We hanteren vaste prijzen; helder voor u, helder voor ons.

‘U begrijpt mij verkeerd: breng ik met poetsen wellicht schade toe?’

Oftewel, is het beeldje wellicht verzilverd – drong het eindelijk tot me door.

‘Het kan zoveel mooier zijn. Mocht u het op prijs stellen, dan zal ik u te zijner tijd het resultaat laten zien.’

Een maand later liep hij weer binnen en haalde het Tara-beeldje uit z’n jas. Bij een bekende Nederlandse edelsmid had hij Tara laten bruneren, een vorm van polijsten om een optimale glans te verkrijgen.

'En weet u wat?’

- Nou?

‘Het bleek nog goed zilver te zijn ook.'

- O, dank u.


Bruneren gereedschap


Bruneer gereedschap

Vroeger bruneerde een metaalbewerker door langdurig langdurig te wrijven met een agaatsteen. Tegenwoordig bestaat er voor edelsmeden een soort gebogen scalpelmesje voor.

In Nepal zie ik soms kunstschilders nadat ze puur goud op een thanka aanbrachten, deze meestal dunne lijntjes opwrijven met het uiterste puntje van een kapot halogeenlampje. Opdat er geen twijfel kan zijn dat er daadwerkelijk goud is gebruikt.

Onderhavige heer, voormalig houthandelaar te Amsterdam, behoort tot de generatie die het schone aan zilver omschrijft als een spel van licht en donker en talloze tinten grijs. Als betrof het een afdruk van Cartier-Bresson toen hij nog zelf de zilver-emulsie op het fotopapier aanbracht. 

De moderne mens vindt echter dat zilver moet blijken door te blinken. Net als in de zeventiende eeuw, toen zilveren schalen, bekers en kandelaars op de eettafel vooral een teken van kredietwaardigheid aan de gasten waren.


Gebr. Van Vianen

Op de foto hiernaast – de bekende zoutvaatjes van Van Vianen -  is te zien hoe ook het Rijksmuseum meent zilver te moeten tonen. Alle tekening, alle detail, lijkt weg gepoetst.




Sommige gemak-zuchtigen uit de bling-bling generatie werpen hun sieraden even snel in het gemeen uitbijtende Hagerty Silver Bath, dat eigenlijk bedoeld was om bestek - lelijk zwart geworden door ei of citroen - weer schoon te krijgen.

Te laat bemerkt men dan dat niet alleen het zwart maar ook de kleur van turkoois, lapis, barnsteen of koraal zijn weggevroten.

Er bestaan talloze vraag het aan Mona poetsreceptjes, van tandpasta tot as tot koken in alufolie, maar zilver poetsen doe je gewoon met een oud T-shirt of een geprepareerd doekje; desnoods na een afwas-sopje.

Zeker, zachte glans dient de lijnen van het siervoorwerp. Bij een strak, glad zilver past wellicht een vlekkeloos glanzend oppervlak. Zodra het voorwerp bewerkt is echter, is er zwart nodig om de tekening te laten uitkomen. Licht kun je immers alleen weergeven door het aanbrengen van schaduw.


zilver in natuurlijke vorm


Het edelmetaal zilver heeft hoogstens een zuiverheid van 99,9 procent. Bij gevolg oxideert het slechts lichtjes en langzaam dankzij die 00,1 %

Van oudsher spreekt men niet van 99,9 % maar in duizendsten. Dus dit zou 999 als keurmerk kennen, terwijl u hooguit 925 kent, maar daar komen we later op.

Natuurlijk is het mogelijk om een voorwerp uit puur zacht zilver te hameren. De benodigde hardheid ontstaat dan door het hengsten van de moleculen. Dit gaat sneller dan de smid zou willen en dus moet hij het voorwerp steeds opnieuw verhitten om het weer zacht en vormbaar te krijgen.

Wil hij echter delen aan elkaar smeden, dan heeft het zilver wat koper nodig. Om de soep te binden, zeg maar, anders loopt ie tijdens het lassen weg.

Minimaal voegt hij 7,5 % koper toe, waardoor het bekende 925  ontstaat, oftewel 925/1000. Hoe meer koper hij toevoegt, des te taaier en sterker het zilver wordt. Bijvoorbeeld 15% voor een schakelketting of bestek. Aldoende ontstaat het tweede officiële gehalte van 850/1000.

Het is het toegevoegde koper (of een mix van andere metalen) dat oxideert en het zilveren voorwerp lelijk gelig donker maakt.

Daarom kennen warme, vochtige streken als de Gouden Driehoek – behalve een voorkeur voor goud - twee variaties in hun zilveren sieraden of voorwerpen: 

1. gemengd met heel zink en nikkel (zie alpaca

2. ongemengd, dus van puur zilver (999).

Doordat de smid in dit laatste geval niet kan lassen - beperking maakt creatief – ontstonden bijvoorbeeld bijgaande gevouwen kralen.

gevouwen kralen burma


Musea twijfelen over wel of niet poetsen van hun zilver-collectie. Bij elke poetsbeurt verliest het metaal namelijk een buitenlaagje. Weliswaar minuscuul, maar het heeft z’n effect. Soms zie je antieke zilveren vaasjes of doosjes waarvan de repoussé bloemetjes geplukt lijken: daadwerkelijk door het huispersoneel weg gepoetst - op zich een schrijnend tijdsbeeld.

Siervoorwerpen werden niet van edelmetaal gemaakt om vaal, vlekkerig en doods in een lade of vitrine te liggen. Zilver dient z’n vele tinten te tonen, ook al slijt het ervan. Niks is eeuwig - de musea zèlf trouwens ook niet, al lijkt iedereen anders te geloven.

Maar het moet gezegd: sommige beelden of voorwerpen winnen juist door die langzame oxidatie. Echter, meestal dankzij contrast. Zoals hier bij bijgaand, repoussé beeld: dankzij wat vuurverguldsel.


Avalokiteshvara


'Zilversmeden werkten vroeger zelfs vanuit het besef dat ze niet voor de eeuwigheid werkten,' legde de houthandelaar me eens uit; hij is een groot liefhebber van het edelmetaal. 'Zodra de nood aan de man kwam door honger of oorlog, werden zilveren siervoorwerpen weer ten gelde gemaakt. Schalen, kandelaars, of denk aan de zilveren stoelen in het paleis van Versailles, werden zo nodig weer evenzo makkelijk tot munt geslagen.'

Bij de vraag wel of niet poetsen, het patina kan op allerlei manieren heel bepalend zijn. Een oudere architect kwam langs en zei: ‘Zeg, op weg hiernaartoe zag ik bij André Lassen me toch 'n prachtige torso in de etalage staan. Een zilveren vrouwentorso. ’t Is dat het niet bij m’n verzameling past, maar wat een schoonheid!


IMG 2537 3


Als hij zin heeft, maakt André Lassen prachtige dingen. Je haalt z'n werk er feilloos tussenuit. Iemand bood me ooit bovenstaand figuurtje aan (10 cm hoog); ik heb André niet hoeven vragen of het inderdaad van hem was.


Niet lullen

Voor Ais z’n veertigste verjaardag kocht ik bijgaand zilveren beeldje; de dood die de trom roert, memento mori – zoiets.

Een maandje later loopt een andere oudere man binnen en vraagt: ‘Zeg, die Lassen... die ken jij toch... is die soms homo?’

- Dacht het niet, hoezo?

‘D’r staat al een tijdje een vrouwentorso in z’n etalage… ik krijg de indruk dat hij nog nooit een paar vrouwenborsten goed van nabij heeft gezien.’ 

De heren hebben wellicht bij verschillend daglicht staan kijken naar talloze tinten grijs.

Allez, messieurs, niet lullen maar poetsen, de commissaris heeft nog meer te vertellen.


Zilver


 Blog-index


 

 

 

All photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.