Inleiding: Een nagelaten koffer




Inleiding

Na haar overlijden in de zomer van 2000 ontruimden een groepje oudere vriendinnen haar woning. Alles aan documenten, brieven en foto’s legden ze bij elkaar in een oude koffer die er stond.

Els van den Berg was een bewaarster, van brieven en plantenstekjes. Ze onderhield contacten en bewaarde de brieven, kaartjes en krabbeltjes, of ze nu uit Amerika, Azië of Afrika kwamen. Het lag allemaal jarenlang her en der weggestopt in de tamelijk kale woning aan de Oude Waal, het stukje gracht tussen de Binnenbantammer en de Schreierstoren, tussen de Chinees-Indische buurt en de oude vertrekplaats naar verre oorden.

De weinige familie die Els op latere leeftijd nog had, woonde in Californië en was te oud om over te vliegen voor haar overlijden. Even leek het erop dat niemand het woord zou nemen bij de crematie. Om toch te laten weten wat voor bijzonder mens er heen was gegaan, stelde ik op het laatste moment een summiere levensbeschrijving op en deelde deze, samen met een recente foto, uit bij de ingang. 


ELS VAN DEN BERG 2


Waarschijnlijk kwam het hierdoor dat een maand later de oude koffer bij mij werd afgeleverd. Uit liefde en respect hadden de vriendinnen tijdens het huis uitruimen van alles opzij gelegd, in een speciale koffer, zonder te weten wat ze er eigenlijk verder mee aan moesten.

Alsof ik dat zou weten. Zestien jaar lang lag de koffer op een hoge, droge plek in het berghok. Soms keek ik erin, kreeg geen idee en tilde ‘m maar weer terug; wegdoen kon ik niet. 

Afgelopen zomer was er tijd om de inhoud eens goed te bekijken, lezen en te ordenen. Het idee kwam vanzelf: laat me alsnog een monumentje voor Els samenstellen. Wat privacy betreft is het alleen maar goed dat het er zestien jaar verstreken zijn; haar generatie is inmiddels over de negentig of overleden.

Met wat goede wil past dit koffer-verhaal wel tussen voorgaande artikelen als niet dit, niet dat over mensen die verlichting voor zichzelf zoeken en een bijzonder beeld over mensen die verlichting voor iedereen proberen te bewerkstelligen.

Els kun je zonder twijfel bij de laatsten rekenen. Je zou haar een aardse bodhisattva kunnen noemen, maar daar hebben we al eeuwen een eenvoudige, duidelijke omschrijving voor: een goed mens.


Half vergane luchtbrieven uit Batavia, haarscherpe huwelijksfoto’s, vale geboortekaartjes met roze of blauwe lintjes, briefkaarten van 2, 4 en 8 cent, ansichten in vette vierkleurendruk, halve toegangskaartjes, gerechtelijke stukken voorzien van Nederlands-Indische zegels en stempels, verlopen tropen-aandelen in duurdruk, het boekje Soldaat in Indië, persoonsbewijzen in Japans handschrift, uit elkaar gevallen zak-agendaatjes, Setoewo, de tijger door J. Fabricius, kwitanties in ƒ-teken, overheidsbrochures ‘aan onze repatrieerende landgenoten’, ongeduldig opengescheurde aerograms uit Biafra en Bangladesh, een honderdtal liefdesbrieven van the father of urban farming, nieuwjaarskaarten uit heel de wereld, leeg-gescheurde vliegtickets, gedroogde takjes in oude reisgidsjes…

Pas na dagen van schifting en sortering heb ik de begindraad te pakken: enkele gerechtelijke doorslagen uit Palembang, Sumatra, anno 1934, alsmede het besef dat de inhoud niet met Els begint maar met haar mysterieuze moeder, Johanna Kuhfusz.


tAll photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.