De WeChat omslag

blog inhoud

DSC00476


Elke ochtend ontbijt ik met de receptionist. Zo vroeg in de ochtend zijn we meestal de enigen in de eetzaal van Tibet Guest House, dus komen de obers er 'n beetje omheen hangen. 

Zijn mobiel gaat af. Met een vlugge vingerveeg haalt hij de beveiliging eraf.

- Heb je een iPhone? vraag ik later met lichte verbazing.

Hij schuift het zwarte doosje over de tafel naar me toe: 'Karbonn.'  Het schermpje oogt als een iphone, er zitten apps op, een camera...

- Made in… Taiwan, Korea..?

'India! Deze kost acht euro. Heeft toch twee simkaarten. Eigenlijk had ik die van 15 euro moeten kopen. Is krachtiger. Heeft ook een beter beeld.'

Een paar maanden geleden las ik dat de fabricage-kosten van een iphone evenveel bedragen, ook acht euro. Als Apple tien euro per stuk zou betalen aan de Chinese partner, waren de problemen voor de fabrieksarbeiders opgelost. Maar dan maakte Apple kennelijk te weinig winst.

- Waarom zie ik hier dan nog mensen rondlopen met zo'n peperdure iphone?

'Status. Om te laten zien dat ze rijk zijn. Of te doen alsof.'

'Heb jij een iphone thuis?' vraagt een van de obers me.

- Nee, ik heb geen enkel mobieltje.

'Kijk, da's pas status,' zegt de receptionist met een breed armgebaar, 'he sure has a lovely secretary.'

Vrijwel alle obers staan met gebogen hoofd in hun lichtgevende doosjes te turen. Alleen bij een onverwachte grap kijken ze elkaar even aan. Lachen doe je kennelijk lekkerder met elkaar.

Ze gebruiken allemaal het kosteloze WeChat, een soort Whatsapp programma. ('Whatsapp? O ja, maar dat is geweest, dit hier is Chinees'). Het is de eerste keer dat ik ‘dit is Chinees’ als een alles weerleggende aanbeveling hoor. Niet zoals jongeren in een ver verleden vaak loyaal waren aan Apple, maar eerder op de toon van: Chinees, dus eenvoudiger, praktischer en goedkoper.


20130728 LANKREIJER Y3TLH8 kopie

Xiamen, China


Werkelijk iedereen met een mobieltje hier gebruikt - sinds een paar maanden (!) - WeChat. Heel Azië, volgens de obers. Zo stond ik eerder deze week naast een Nepalese handelaar die via WeChat een mail kreeg van iemand in Beijing. De Chinese karakters vertaalde hij met een klik naar het Engels. Hij antwoordde de man echter door een flard tekst in te spreken. Bijzonder handig voor streken met verschillend schrift en voor de vele, oudere analfabeten. De vrouw op bijgaande foto wechatte met familie in het momenteel onrustige Darjeeling, India.

Aan de ontbijttafel vliegen stukjes Tibetaans over de Himalaya heen en weer. De receptionist onderhandelt over een oude trouwketting, een laatste familestuk. Via een tussen-handelaar in Lhasa biedt iemand in Shanghai een klein fortuin voor de jee-stenen met bloedkoraal.

De ooit gevluchte, Tibetaanse familie heeft er wel oren naar. De kleinkinderen zijn in Nepal geboren maar nog steeds statenloos - en dat maakt een hogere school opleiding erg moeilijk. De enige manier om alsnog Nepalese persoonsbewijzen te verkrijgen, is ze onderhands te kopen. Digitaal gaat de receptionist de hele wereld over, fysiek bestaat hij officieel niet - en toch maakt hij 's avonds maar een ommetje als er politiecontrole is.

Op m'n prehistorische laptop las ik gisteren aan het ontbijt hoe de komende Google-glasses elke drager tot spion maakt voor meekijkende regiems. En dat Mister Google, ene Eric Schmidt, hierop antwoordde: 'If you are doing anything that you don't want to be on the internet, you shouldn't be doing it.'

Ook goeiemorgen.

Als ik de afluisterpraktijken van regeringen ter tafel breng, blijkt dat niemand nooit dacht dat dit niet gebeurde. Onnozel van mij natuurlijk: hoezo privacy in een land waar de politie zo je huis binnenloopt, waar alleen de macht volstrekte privacy heeft (alleen noemen we het anders). De twijfel heerst eerder over of en hoe de overheid het gedaan krijgt - en dat lijkt me in dit arme land terecht. 

- Een nieuwe revolutie, niet vanuit de jungle zoals de vorige maar digitaal en kosteloos?

‘Wie al die tienerliefdes moet afluisteren, rent na twee dagen gillend weg...’ oppert een jonge ober. Al pratend onderhoudt hij waarschijnlijk precies dat op z'n schermpje.

‘Als ie het al kan verstaan.’ (Nepal telt zo’n dertig talen en een veelvoud aan dialecten).

‘En als ze in de bergen geen tanden missen… ik versta m’n eigen moeder soms nauwelijks…’

‘Omdat je d’r niet wil verstaan.’

Ze kijken even op, grinniken wat onder mekaar en buigen weer over het schermpje.


DSC00480


blog inhoud

All photographs and texts © Kashba, Ais Loupatty & Ton Lankreijer. Webdesign: William Loupatty.